Ritme en beweging als basis

Al langer is bekend dat zowel muziek als bewegen een gunstig effect hebben op de ontwikkeling van een (kinder)brein. Gelukkig is hier in toenemende mate aandacht voor binnen het onderwijs en in de verdere maatschappij. Uniek aan mijn begeleiding is dat ik muziek en bewegen combineer en zo de voordelen van beide disciplines benut.

De effecten van muziek op het brein

Muziek kan een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het (kinder)brein. Wanneer kinderen luisteren naar muziek, zingen, dansen of een instrument leren bespelen, worden verschillende hersengebieden tegelijk actief.  Onderzoek wijst erop dat muzikale activiteiten kunnen samenhangen met vaardigheden zoals ritmegevoel, luistervaardigheid, concentratie en taalverwerking. Liedjes en rijmpjes kunnen jonge kinderen bijvoorbeeld helpen om klanken, woorden en zinsritmes te herkennen. Ook kan samen zingen of muziek maken bijdragen aan sociale ontwikkeling, omdat kinderen leren afstemmen, wachten op hun beurt en samenwerken. 
Hieronder staan enkele wetenschappelijke artikelen die bovenstaande tekst ondersteunen. 

De effecten van bewegen op het brein

Bewegen is niet alleen belangrijk voor sterke spieren en een gezond hart, maar speelt ook een grote rol in de ontwikkeling van het brein. Wanneer kinderen bewegen wordt de doorbloeding van de hersenen gestimuleerd. Daardoor krijgen hersencellen meer zuurstof en voedingsstoffen. Regelmatige lichaamsbeweging kan helpen bij de aanmaak en verbinding van hersencellen, vooral in gebieden die betrokken zijn bij leren, geheugen, aandacht en emotieregulatie. Kinderen die voldoende bewegen, kunnen zich vaak beter concentreren en hebben meer ruimte in hun hoofd om nieuwe informatie op te nemen. Beweging ondersteunt bovendien de ontwikkeling van motorische vaardigheden, zoals evenwicht, coördinatie en ruimtelijk inzicht. Deze vaardigheden hangen samen met andere ontwikkelingsgebieden, waaronder taal en rekenen. Ook heeft bewegen een positief effect op de stemming: het kan stress verminderen, energie geven en bijdragen aan een betere nachtrust. Het gaat niet om intensief sporten of presteren; dagelijks afwisselend en plezierig bewegen is het belangrijkst.
Ook bovenstaande is wetenschappelijk aangetoond. Dit kunt u onder andere lezen in de volgende artikelen. 

Executieve functies

In bovengenoemde onderzoeken worden vaak effecten gezien op het gebied van executieve functies, maar wat zijn dit nu precies? Executieve functies zijn denkvaardigheden die kinderen helpen om hun gedrag, aandacht en emoties te sturen. Ze ontwikkelen zich geleidelijk vanaf de babytijd en blijven zich verfijnen tot ver in de jongvolwassenheid. Belangrijke executieve functies zijn werkgeheugen (informatie kort onthouden en gebruiken), impulscontrole (eerst nadenken en dan handelen) en cognitieve flexibiliteit (kunnen schakelen tussen regels, taken of oplossingen). Deze vaardigheden zijn nodig om instructies op te volgen, te plannen, problemen op te lossen, met teleurstellingen om te gaan en rekening te houden met anderen.

De Ronnie Gardiner Methode

De Ronnie Gardiner Methode (RGM) vormt een belangrijk onderdeel van mijn begeleiding. Deze vrolijke en ritmische oefenmethode combineert beweging, ritme, muziek en cognitieve opdrachten. Door meerdere functies tegelijkertijd aan te spreken, daagt het kinderen uit om aandacht vast te houden, vlotter te schakelen en beweging en denken effectief te verbinden in het dagelijks leven: de executieve functies! 
Tijdens mijn werkzaamheden als fysiotherapeut kwam ik in aanraking met de Ronnie Gardiner Methode (RGM). Tot mijn grote verbazing wordt er in Nederland nog relatief weinig met deze werkwijze gedaan, terwijl de mogelijkheden naar mijn mening eindeloos zijn. Juist voor kinderen die vastlopen binnen het huidige zorg- en onderwijsaanbod, kan deze methode in combinatie met oprechte, persoonlijke aandacht een echte doorbraak bieden.

Uitdagingen en doelgroep

Lees meer over voor welke doelgroep mijn begeleiding meerwaarde kan hebben en hoe de hersenen van invloed zijn op deze uitdagingen. 

Aandacht en concentratie

Aandacht en concentratie wordt geregeld door een netwerk van gebieden die samenwerken:
De prefrontale cortex, het voorste deel van de frontale hersenkwab, speelt hierbij een belangrijke rol. Dit gebied helpt u om uw aandacht op een taak te richten, afleidingen te onderdrukken, doelen vast te houden en informatie tijdelijk te onthouden. Ook de pariëtale kwab draagt bij: deze helpt bij het verdelen en richten van aandacht. Daarnaast is de anterieure cingulate cortex betrokken bij het vasthouden van aandacht en het opmerken van fouten of conflicten. Dieper in de hersenen helpen structuren zoals de thalamus bij het doorgeven en filteren van zintuiglijke informatie. 

Motorische ontwikkeling

De motorische ontwikkeling wordt aangestuurd door meerdere hersengebieden die nauw samenwerken. De motorische schors, gelegen in de frontale hersenkwab, speelt de belangrijkste rol bij het plannen en uitvoeren van bewuste bewegingen, zoals lopen, schrijven en een bal gooien. Het cerebellum (de kleine hersenen) zorgt vooral voor evenwicht, coördinatie, timing en het aanleren van vloeiende bewegingen. Daarnaast helpen de basale ganglia bij het starten, automatiseren en controleren van bewegingen. 

 

Taal en sociale interactie

Twee gebieden zijn bij de taalontwikkeling bijzonder belangrijk: het gebied van Broca  helpt bij het vormen van woorden, zinnen en spraakbewegingen. Het gebied van Wernicke is vooral betrokken bij het begrijpen van gesproken en geschreven taal. Deze gebieden werken samen via zenuwbanen en met andere delen van de hersenen, zoals gebieden voor geheugen, aandacht en gehoor. Hoewel taal meestal vooral links wordt verwerkt, kan de rechterhersenhelft onder meer bijdragen aan intonatie, emotie en het begrijpen van humor of figuurlijk taalgebruik.

Disclaimer

De begeleiding van Ritme in Ontwikkeling is aanvullend op de reguliere zorg, ondersteuning en begeleiding die een kind eventueel al ontvangt. Mijn begeleiding is geen behandeling en geen vervanging van diagnostiek, behandeling of begeleiding door een arts, psycholoog, fysiotherapeut, logopedist of andere (para)medische professional. 

Wanneer er sprake is van een onderliggende diagnose of medische of psychische problematiek, ben ik nooit de hoofdbehandelaar of -begeleider.
Ik vind het belangrijk om, waar nodig en met toestemming van ouders/verzorgers, samen te werken met de betrokken (para)medische en andere professionals rondom het kind. 

Wanneer blijkt dat een andere vorm van zorg of begeleiding beter aansluit bij de hulpvraag, zal ik dit bespreekbaar maken en waar passend adviseren om contact op te nemen met de desbetreffende professional